Asielopvang: kritische vragen over de bevoegdheid college

Asielopvang: kritische vragen over de bevoegdheid college

11 oktober 2026

SCHRIFTELIJKE VRAGEN INGEDIEND


Toelichting

Het college heeft een voorkeur uitgesproken voor de opvang van 100 tot 120 asielzoekers in Scherpenzeel. Volgens de gemeentelijke informatie gaat het om een richting die nog wordt onderzocht. Het college motiveert het hogere aantal onder meer met de uitvoering en begeleiding door het COA. [1]

De huidige indicatieve opgave voor Scherpenzeel bedraagt 59 opvangplaatsen. De voorkeur van het college ligt daar 41 tot 61 plaatsen boven. Die 59 plaatsen zijn geen wettelijk maximum. De definitieve gemeentelijke verplichting volgt uit het verdeelbesluit van de minister. Artikel 6 van de Spreidingswet koppelt de uitvoeringstaak van het college aan dat verdeelbesluit. [2, 3]

GBS wil weten op welke wettelijke bevoegdheid het college de keuze voor 100 tot 120 plaatsen baseert. Dat meer opvang mag worden aangeboden, betekent niet automatisch dat de raad daarbij geen rol heeft.

Artikel 169 van de Gemeentewet verdient hierbij bijzondere aandacht. Het college moet verantwoording afleggen aan de raad en de informatie geven die de raad nodig heeft. Het vierde lid bevat daarnaast een voorafgaande informatieplicht voor bepaalde collegebesluiten, waaronder privaatrechtelijke overeenkomsten op grond van artikel 160, eerste lid, onder d. Als zo’n besluit ingrijpende gevolgen kan hebben voor de gemeente, moet de raad vóór het besluit wensen en bedenkingen kunnen meegeven. Dit is geen algemeen instemmingsrecht, maar wel een wettelijke waarborg voor voorafgaande betrokkenheid. [4]

Wij vragen daarom om een duidelijke juridische onderbouwing van zowel de bevoegdheid om voor het hogere aantal te kiezen als de rol van de raad. Daarbij moet duidelijk zijn of artikel 169, vierde lid, geldt voor het aanbod aan het COA of voor overeenkomsten die daarop volgen.

Vragen

  1. Op grond van welke wettelijke bepalingen mag het college zelfstandig besluiten tot opvang van 100 tot 120 asielzoekers, terwijl de huidige indicatieve opgave 59 plaatsen bedraagt? Waarom is volgens het college hiervoor geen voorafgaand raadsbesluit nodig?
  2. Beschouwt het college alle 100 tot 120 plaatsen als uitvoering van de wettelijke opvangtaak, of is het meerdere boven 59 een vrijwillige keuze? Hoe verhoudt dit zich tot artikel 6 van de Spreidingswet, dat de uitvoeringstaak koppelt aan het verdeelbesluit? Als het college een andere bevoegdheid gebruikt, welke is dat?
  3. Heeft het college alleen een voorkeursrichting vastgesteld, of is inmiddels een aanbod aan het COA gedaan? Wat is precies besloten of aangeboden, op welke datum en in hoeverre is de gemeente daaraan gebonden?
  4. Welke overeenkomsten of andere afspraken zijn nodig om deze opvang te realiseren, bijvoorbeeld over gebruik, huur of verkoop van grond of gebouwen? Welke daarvan vallen onder de bevoegdheid voor privaatrechtelijke rechtshandelingen in artikel 160, eerste lid, onder d, van de Gemeentewet?
  5. Heeft het college beoordeeld of het aanbod of de daarvoor benodigde overeenkomsten ingrijpende gevolgen kunnen hebben voor de gemeente, zoals bedoeld in artikel 169, vierde lid? Welke gevolgen voor inwoners, leefomgeving, voorzieningen en gemeentelijke financiën zijn daarbij meegewogen? Als het college dit artikel niet van toepassing vindt, waarom niet?
  6. Bij welke besluiten en op welk moment krijgt de raad vooraf gelegenheid om wensen en bedenkingen mee te geven? Bevestigt het college dat het, wanneer artikel 169, vierde lid, dit vereist, geen besluit neemt voordat de raad die gelegenheid heeft gehad?
  7. Kan het college de juridische adviezen en de beoordeling van artikel 169 waarop het zijn standpunt baseert aan de raad verstrekken? Als geen schriftelijke juridische beoordeling beschikbaar is, wil het college deze alsnog laten opstellen en aan de raad voorleggen voordat het bindende afspraken over 100 tot 120 plaatsen maakt?
  8. Welke mogelijkheden heeft het college onderzocht om de opvang van 59 asielzoekers geheel of gedeeltelijk door de gemeente te laten organiseren? Kan het college deze mogelijkheden vergelijken met uitvoering door het COA bij 100 tot 120 plaatsen, wat betreft kosten, personele inzet en verantwoordelijkheden? Op welke wettelijke bevoegdheid baseert het college de keuze voor uitvoering door het COA, en welke voorafgaande rol krijgt de raad daarbij op grond van artikel 169 Gemeentewet?

Bronnen bij de toelichting

[1] Gemeente Scherpenzeel, Uitvoer van Spreidingswet in Scherpenzeel, 18 september 2026.

[2] Staatscourant 2026, 9053, indicatieve verdeling 2026, tabel 2: Scherpenzeel.

[3] Spreidingswet, artikelen 3 tot en met 6 (Staatsblad 2024, 12).

[4] Gemeentewet, artikel 160, eerste lid, onder d, en artikel 169.

Overig nieuws

Hier vindt u het actuele nieuws van GemeenteBelangen Scherpenzeel (GBS).

  • Henk Vlastuin Lijsttrekker GBS

    Gemeenbelangen Scherpenzeel (GBS) heeft wethouder Henk Vlastuin aangewezen als lijsttrekker voor de gemeenteraadsverkiezingen van maart 2026.

  • Kerstgebaar voor onze ouderen in Scherpenzeel

    Kerstgebaar voor onze ouderen in Scherpenzeel🍫🎄 Met een kerstkaart en wat lekkers hebben we bewoners van Zorggroep ena.

  • Henk Vlastuin Lijsttrekker GBS

    Gemeenbelangen Scherpenzeel (GBS) heeft wethouder Henk Vlastuin aangewezen als lijsttrekker voor de gemeenteraadsverkiezingen van maart 2026.

  • Kerstgebaar voor onze ouderen in Scherpenzeel

    Kerstgebaar voor onze ouderen in Scherpenzeel🍫🎄 Met een kerstkaart en wat lekkers hebben we bewoners van Zorggroep ena.